Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Computers » Digitale fotografie » Hoe kies ik een digitale camera
5

Hoe kies ik een digitale camera

Document acties
  • Tijdshoeveelheid 1 dag
  • Moeilijkheidsgraad: goed te doen
Hoe kies ik een digitale camera
Bijna niemand heeft meer een camera waar een filmpje in moet. Digitaal heeft de fotografie vrijwel helemaal overgenomen. En er lijkt met de dag meer keus te zijn in camera’s. Pixels, chips, zoomfactoren en geheugenkaartjes vliegen je om de oren. En net als je denkt dat je het weet, vertelt iemand anders je weer dat dat helemaal niks is. Hoe vind je de camera die bij je past? Zoveel mensen, zoveel wensen. Maar een paar richtlijnen kunnen we wel geven.

Hoedoe door: Bastienne Wentzel

Bekijk het profiel van Bastienne Wentzel
Aantal Hoedoes: 60


Benodigdheden

  • Geld
  • Internet

Stappen

  1. Bepaal wat je met de camera wilt

    De allerbelangrijkste vraag bij het kopen van een camera (van de meeste grote aanschaffen eigenlijk) is: waarom wil je hem eigenlijk hebben? De meeste mensen willen in het dagelijks leven en op vakantie foto’s maken. Het gaat er dan om dat de situatie even vastgelegd wordt, het zogenaamde herinneringsplaatje. Het liefst een mooi herinneringsplaatje, maar het moet niet teveel moeite kosten.

    Wil je graag mooie foto’s maken die het herinneringsplaatje overstijgen? Dan moet de camera aan meer eisen voldoen. De volgende belangrijke vraag is of je zelf veel wilt kunnen regelen aan de camera. Of druk je liever gewoon op één knop en verder niets? De combinatie van mooie foto’s en toch niets hoeven instellen kan een uitdaging zijn om te vinden.

    Bedenk vervolgens of je deze plaatjes ook vaak wilt afdrukken of dat dat slechts sporadisch zal voorkomen. En verder: moet de camera altijd mee in je jaszak of alleen bij speciale gelegenheden? In het eerste geval zal de keus op een klein formaat vallen. Is dat niet persé nodig dan kan een groter exemplaar voordelen opleveren.

  2. Kies het type camera voor de vakantiekiekjes

    Dit zal bijna altijd een compactcamera zijn. Liefst een kleine, eenvoudig te bedienen camera, de zogenaamde point-en-shoot camera’s. Daarvan zijn er talloze. Een paar tips:

    • Megapixels zegt niet alles. Druk je wel eens iets af? Groter dan A4 formaat? Nee? Dan heb je aan zes megapixel al meer dan genoeg. De meeste camera’s hebben tegenwoordig acht tot tien en dat getal neemt snel toe. Ruim voldoende zelfs voor vergrotingen.
    • Toch veel megapixels? Het enige waarvoor nog meer megapixels handig kan zijn is als je een uitsnede wil maken. Daarmee haal je als het ware het onderwerp dichterbij. Net zoals een telelens kan doen, maar dan achteraf op de computer. Bewerk je de foto’s nooit op een computer? Maak je dan geen zorgen over zoveel mogelijk megapixels.
    • De lens is belangrijk. Die is bij zakformaat camera’s altijd piepklein. Bij lenzen geldt bijna altijd: hoe groter hoe beter (in diameter). Lees reviews om erachter te komen welke camera’s het beste beeld geven.
    • De zoomfactor wordt vaak aangeprezen. Hoe groter hoe beter, zegt men. Bedenk wel dat je bij sterk inzoomen veel meer licht nodig hebt om scherp te kunnen fotograferen. In de praktijk kun je die 12x zoom helemaal niet gebruiken want dat levert alleen maar bewogen foto’s op. Beter is om wat minder in te zoomen en later je onderwerp op de computer te vergroten.
    • Camera’s die overal mee naar toe gaan moeten tegen een stootje kunnen. Kies er een die tegen een spatje regen kan en niet al te plastic-achtig aanvoelt, met stevige knopjes. Koop een hoesje.
    • Een kleine compactcamera kan je al voor een paar tientjes kopen maar de redelijk goede beginnen bij zo’n 150 euro.

     

    Tip:

    Je kunt ook zelf een lenstestje doen. Fotografeer met twee of meer camera’s hetzelfde onderwerp op hetzelfde tijdstip met hetzelfde licht (zorg dus dat de zon intussen niet even achter een wolk zit). Kies iets met veel detail, zoals een boom met blaadjes op een afstand, een grasveld of heide. Zoom niet teveel in, de indicator ongeveer halverwege of iets minder. Zet je foto’s naast elkaar op de computer allebei ingezoomd op 100%. Kijk dan bij welke je de meeste details ziet (zijn de blaadjes scherp of alleen maar groene vlekken?) en welke kleuren je het mooist vindt.

  3. Kies het type camera voor mooie foto's

    Grofweg is er de keus tussen de betere compactcamera’s en spiegelreflexcamera’s. Het verschil is dat de eersten een vaste lens hebben die je niet kunt wisselen. Bij de tweede soort, ook wel DSLR’s genoemd, kan dat wel. De betere compactcamera’s kunnen vrij groot zijn. Dat zal dan ook niet een doorslaggevend argument zijn.

    Veel mensen die iets serieuzer foto’s willen nemen dan slechts herinneringsplaatjes denken ten onrechte dat DSLR altijd beter is dan compact. Niet waar. Inderdaad zijn de duurdere DSLR’s beter dan gewone compactcamera’s en zijn goedkope, borstzakformaat compactcamera’s altijd minder dan DSLR’s. Maar er zit een grote overlap in het middelmatig geprijsde segment, zeg vanaf zo’n 500-700 euro.

  4. Kies een compactcamera in het hogere segment

    Omdat je de lens niet kunt wisselen is dit het belangrijkste criterium in de keuze welke camera je kiest. Kies er een die een behoorlijke groothoek heeft, liefst 28mm. Het maken van een goede lens met een groot zoombereik is een van de moeilijkste zaken voor camerafabrikanten. Kies daarom niet zomaar voor de lens met het meeste zoombereik in de tele-stand. Een lens die ‘maar’ tot 120 of 150 mm inzoomt geeft vaak betere foto’s dan eentje die tot 300mm kan. Snij ze later bij op de computer.

    Let vervolgens op de lichtsterkte. Hoe kleiner de f-waarde hoe beter. De f-waarde verandert meestal met de zoomstand. Hij begint dan bijvoorbeeld bij f2.8 maar ingezoomd op 150mm is het nog maar f5.6. Een bereik van f2.8-f4.5 is uitstekend in deze klasse.

    Blijven er nog steeds meerdere keuzes over, let dan op de snelheid van de camera. Het aantal seconden waarin hij opstart en uit de slaapstand komt is belangrijk. Kijk vervolgens ook naar de sluitervertraging. Soms zit er een paar tienden van seconden tussen het moment dat je de sluiterknop indrukt en de camera afdrukt. Daar moet je mee leren omgaan, dat is een nadeel van compactcamera’s. Even proberen in de winkel welke je het best bevalt. Ten slotte kan het aantal beeldjes dat de camera per seconde kan maken (in de serie-stand) van belang zijn.

    Een goede compactcamera zal tussen de 300 en 1000 euro kosten. Of meer...

  5. Bepaal waarom je een DSLR wilt hebben

    Je wilt toch een DSLR? Oké. Vraag je eerst af waarom je denkt een spiegelreflex nodig te hebben. Om de lens te kunnen verwisselen? Hoeveel lenzen heb je? In welke situatie denk je een andere lens nodig te hebben dan de standaard zoomlens? Welke heb je dan nodig? Wat kost die? Wil je zoveel geld aan fotografie uitgeven?

    De meest voorkomende situaties zijn fotografie van dieren of sport waarvoor je een grote, lichtsterke telelens nodig hebt. Die zijn duur. De tweede situatie is het fotograferen in groothoek. Er zijn geen compactcamera’s met meer groothoek dan 28mm.

    Nog een reden om voor een DSLR te kiezen kan zijn dat je meer kan instellen dan op een compactcamera. Ook dat is niet altijd waar. Op een aantal compactcamera’s kun je net zoveel instellen als op een standaard DSLR. Soms gaat dat onhandiger of zijn de belichtingsmogelijkheden niet zo uitgebreid. Maar het is geen reden om op voorhand een compactcamera uit te sluiten. Precies weten wat je wil (en dus een beetje verstand van belichting hebben in de fotografie) is hierbij belangrijk.

  6. Kies een DSLR

    Er zijn drie grote merken op de markt voor ‘gevorderde amateurs’: Nikon, Canon en Olympus. Pentax, Sony, Panasonic en anderen maken ook op kleinere schaal spiegelreflexen en lenzen. Welk merk je kiest is persoonlijk. De (kleine) verschillen zitten in snelheid van de autofocus en het aantal beelden per seconde. De lichtgevoeligheid van de chip (ISO-waarde) en de daarbij behorende ruis verschilt per camera. Verder zijn de beschikbare lenzen natuurlijk verschillend, elk merk heeft zijn specifieke serie lenzen.

    DSLR’s beginnen al bij zo’n 400 euro. Dan heb je enkel een body, dat wil zeggen een camera zonder lens. Bovendien is zo’n goedkope body vaak van kwetsbaar kunststof dat snel slijt en niet waterdicht is. Voor veelvuldig gebruik ongeschikt. Let op de lensvatting! Die moet in ieder geval van metaal zijn anders komt er op den duur speling in.

    Kits (body+standaard lens) beginnen bij zo’n 600 euro. Bedenk wel dat de kitlens vaak een ondergeschoven kindje is. Geen goede lens dus. Er is bezuinigd op de kwaliteit van het glas en dat zie je terug op de foto’s. Een betere lens erbij kopen is een goede investering maar ook daarbij geldt: goedkoop (onder de 200 euro) is vaak niet goed. Doe eventueel hetzelfde lenzentestje als bij stap 2.

    Een DSLR met lenzen kun je zo duur maken als je wilt...

Do's

  • Van te voren opschrijven wat je belangrijk vindt en wat je maximaal wilt uitgeven

Don'ts

  • Naar één winkel gaan en de verkoper voor je laten beslissen

Bron

Meer uitleg