Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Eten & drinken » Kinderen » Babyvoeding » Hoe geef ik borstvoeding

Hoe geef ik borstvoeding

Document acties
  • Moeilijkheidsgraad: goed te doen
Er zitten meer dan 1000 componenten in: borstvoeding is echt een soort wonderdrank. Het bevat alles wat je baby nodig heeft en de samenstelling verandert vanzelf naarmate je baby ouder wordt. Puur natuur! Bijna alle vrouwen kunnen borstvoeding geven, maar de kans van slagen is het grootst als je er direct mee begint. Zo lees je hoe.

Hoedoe door: Irene de Vette

Bekijk het profiel van Irene de Vette
Aantal Hoedoes: 78


Stappen

  1. Bereid je voor

    Als je zwanger bent, kun je je alvast goed voorbereiden op het geven van borstvoeding. In Nederland geven vrouwen hun baby gemiddeld één maand de borst, terwijl het voor de gezondheid van je baby beter is om langer zelf te voeden. Zo beschermt borstvoeding tegen maag-darminfecties, middenoorontsteking, overgewicht en hoge bloeddruk en waarschijnlijk ook tegen eczeem en astma. 

    Verdiep je in de technieken, weet wat je moet doen bij kleine problemen en waar je hulp kunt inschakelen. Laat je instrueren en begeleiden door de verloskundige, lactatiekundige of het consultatiebureau. Ook bij vrijwilligers van de borstvoedingsverenigingen VBN (telefonisch via 0343 - 57 66 26) of  LLL (telefonisch via 0111-413189) kun je terecht voor advies. Of stel je vraag op het borstvoedingsforum.

  2. Start zo vroeg mogelijk na de geboorte

    Vlak na de geboorte moet het kind zo snel mogelijk huid-op-huidcontact hebben met de moeder. Hierdoor komen hormonen vrij bij de moeder die de melkproductie op gang brengen. De baby hoort en voelt de moeder en kan zich in deze vertrouwde omgeving aanpassen aan de nieuwe wereld om hem heen. Baby’s leren al in de baarmoeder hoe ze moeten ademhalen, zuigen en slikken. De baby zal instinctief naar de borst toe bewegen en al snel happen. 

    De eerste melk die je je kindje geeft heet colostrum: een heldergele vloeistof bomvol proteïnen, voedingsstoffen en beschermende antistoffen. Na één tot zeven dagen verandert deze melk in gewone moedermelk. 

  3. Leg op de juiste manier aan

    Ga in een comfortabele houding zitten, in een positie die zowel voor jou als je baby prettig voelt. Je kindje ligt in een rechte lijn met zijn buik tegen je aan, met het gezichtje iets opgericht naar je tepel. Ondersteun je borst met je vrije hand, maar houd je vingers niet bij de tepelhof. De baby moet namelijk niet alleen op de tepel, maar ook op de tepelhof zuigen, zodat de melkklieren voldoende worden gestimuleerd. Het hormoon oxytocine zorgt er dan voor dat de melk naar de tepel wordt gestuwd. Dit heet de toeschietreflex. Zuigt de baby alleen op de tepel, dan kan dat zeer doen.

    Kietel licht over de lippen van je baby zodat de mond wijd open gaat staan. Beweeg je borst naar het mondje en laat je baby toehappen. Forceer niks, laat het initiatief van je baby komen. Zorg dat de onderlip naar buiten is gekruld, de kin vlak tegen de borst aan ligt en het neusje vrij is. Nu gaat je baby drinken, als het goed is zie je een ritmische beweging in de kaakjes met af en toe een pauze. Je kan het zuigen en slikken ook horen. Trek niet zomaar de borst weg, dit kan je tepel beschadigen. Verbreek eerst het vacuüm, door bijvoorbeeld je pink voorzichtig in het mondhoekje te steken. 

    Een vrouw heeft meestal genoeg melk om borstvoeding te kunnen geven, hoewel het de eerste dagen nog niet veel is. Als je baby niet op de juiste manier is aangelegd, kunnen de tepels zeer gaan doen. Je kunt het een beetje vergelijken met een flesje met een te klein gaatje: het kindje wil langer drinken omdat het te weinig binnenkrijgt. Hierdoor worden de tepels nog pijnlijker. Probeer als het niet lukt het kinnetje naar beneden te duwen zodat je baby meer borst in zijn mond heeft. Als het deze keer nog niet lukt, kun je bij de volgende voeding het aanleggen proberen te verbeteren. Steeds opnieuw van en aan de borst leggen verergert de pijn en geeft frustratie bij moeder en kind. Het kan de eerste dagen best een beetje gevoelig zijn, maar laat je bij problemen adviseren over de juiste manier van aanleggen. Dit is het belangrijkste bij borstvoeding geven!

  4. Laat de baby het ritme van de voedingen bepalen

    Een kleine baby drinkt vaak, zo’n acht tot twaalf of meer voedingen per etmaal. De borstvoeding komt het snelst op gang als je voedt wanneer je kindje erom vraagt. Houd dus geen strak voedingsschema aan, maar voed op verzoek. Na enkele weken ontstaat er een patroon. De eerste borst geef je zolang je baby dat wil, daarna bied je hem ook de tweede borst.

    Je kunt hongersignalen bij je kindje goed zien, zelfs als het nog een beetje slaapt. Het mondje gaat open en dicht: het eerste hongersignaal. Daarna wordt het wakker en maakt het zuigbewegingen, dat is het tweede hongersignaal. Zuigt hij op z’n handjes, dan heeft de baby al flink honger. Huilen is het laatste hongersignaal, daarmee maakt je baby duidelijk dat hij écht moet eten. Herken de hongersignalen en voed je baby bij het eerste of tweede hongersignaal. Heeft je baby teveel honger, dan wordt hij onrustig en is het moeilijker om hem aan te leggen.

  5. Eet gezond en neem voldoende rust

    Geef je borstvoeding, dan moet je zelf ook goed en gezond eten. Je hebt ongeveer 300-500 extra kilocalorieën per dag nodig en je moet veel drinken, ten minste twee liter per dag. Wees voorzichtig met sterk gekruid eten, knoflook of uien: dit geeft voeding die bij je baby krampjes kan veroorzaken. Geef je langere tijd borstvoeding, dan raadt het Voedingscentrum 10 microgram vitamine D per dag extra aan. Eet gevarieerd om voldoende van alle voedingsstoffen binnen te krijgen en neem genoeg rust

  6. Wacht met een flesje

    Begin, als het even kan, pas met het geven van borstvoeding uit een flesje tot de borstvoeding goed op gang is gekomen en routine is geworden. Dit is meestal na vier tot zes weken. Met een flesje kan er tepel-speenverwarring ontstaan bij je baby: hij geeft de voorkeur aan een flesje omdat daar een snelle stroom melk uitkomt en de moeder in het begin nog maar weinig produceert. De baby wil in dat geval misschien de borst niet meer.

  7. Let op signalen

    Hoe weet je of je baby genoeg voeding binnenkrijgt? Een zes dagen oude baby heeft ongeveer om de één tot drie uur een voeding nodig (en zal daar ook voor wakker worden) die vijftien tot twintig minuten duurt. Dat levert ongeveer zes tot acht vuile luiers per dag op. De beste manier om erachter te komen of je kleintje goed drinkt is door na te gaan of het bij elke voeding meerdere minuten echt drinkt met regelmatige tussenpozen.

    Vaker aanleggen stimuleert de melkproductie. Als de baby niet goed is aangelegd en de borst dus niet leegdrinkt wordt de melkproductie minder. 

    Als je niet genoeg melk geeft, kan het zijn dat er een melkkanaal verstopt is. Je hebt dan harde plekjes of zere borsten. Gebruik een warme doek om je borsten na de voeding te masseren en neem tijdens het voeden verschillende posities aan. Pijnlijke tepels met kloofjes kun je behandelen met een speciaal zalfje.

Do's

  • Laat je adviseren over de juiste manier van aanleggen door je verloskundige, lactatiekundige of op het consultatiebureau
  • Blijf tijdens het voeden kalm en geduldig.

Don'ts

  • Geef je baby geen fopspeen: hierdoor kan tepel-speenverwarring ontstaan.

Bron

Meer uitleg