Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Familie & relaties » Sociale vaardigheden » Hoe ga ik om met autisten
3

Hoe ga ik om met autisten

Document acties
  • Moeilijkheidsgraad: uitdagend
Hoe ga ik om met autisten
‘Gewoon’ autisme bestaat niet. Onder de noemer Autisme Spectrum Stoornis (ASS) vallen Klassiek Autisme, Syndroom van Asperger en PDD-NOS. Alle mensen met ASS hebben een probleem met het zien van samenhang tussen losse fragmenten, moeite met het zich verplaatsen in een ander en problemen met plannen en organiseren. Behandeling van autistische stoornissen is niet gericht op het ‘genezen’ van de stoornis, maar op het helpen om mensen met hun autisme om te laten gaan. Léonne van der Weegen, groepsleider op een logeerhuis voor jongeren met ASS: ‘Mensen met autisme zijn het meest gebaat bij een aangepaste omgeving: met weinig prikkels en overzichtelijk, met begeleiders die consequent, eenduidig en concreet communiceren.’

Hoedoe door: Erik Weijers

Bekijk het profiel van Erik Weijers
Aantal Hoedoes: 42


Benodigdheden

  • Geduld
  • Inlevingsvermogen
  • Pictogrammen
  • Kookwekkers
  • Duidelijk taalgebruik

Stappen

  1. Geef structuur

    Structuur is onmisbaar voor mensen die hun omgeving niet overzien. Mensen met autisme nemen de wereld om zich heen in losse stukjes waar en verliezen zich in details. Léonne van der Weegen: 'Kinderen met autisme zien op een plaatje van een kinderboerderij niet meteen een kinderboerderij. Wel zien ze een geit, een hek, de trap van de glijbaan en een paar losse kippen.' Het gebrek aan onderlinge samenhang maakt de wereld chaotisch, onduidelijk en onveilig. Begeleiders hebben de taak om de omgeving zodanig te structureren dat de wereld weer voorspelbaar en daarmee veilig wordt. Elke ruimte kan het best een eigen functie hebben en elk ding zijn vaste plaats. Léonne van der Weegen: ‘Mensen met autisme hebben ook moeite om tijd te overzien. Op het logeerhuis proberen we iedere dag zoveel mogelijk volgens dezelfde routine te laten verlopen. In iedere ruimte hangt een klok en als jongeren een half uurtje naar buiten gaan, geven we ze een kookwekker mee.’

  2. Gebruik letterlijke taal

    Autistische mensen nemen taal meestal letterlijk. Daardoor vinden ze beeldspraak of een woordgrap moeilijk te begrijpen. Vermijd abstracties in je taalgebruik, zoals ‘straks’,‘even’ of ‘later’, maar probeer te duiden hoeveel minuten je bedoelt. Léonne van der Weegen: 'Zeg nooit ‘tot ziens!’ tegen iemand met autisme zonder erbij te zeggen wanneer dat zal zijn. Een brandweerman zei het laatst tegen een van onze jongeren, uiteraard zonder de bedoeling nog een keer op een vals alarm af te komen. Deze jongen vroeg zich twee dagen later nog af wanneer de brandweerman terug zou komen.'   

  3. Houd een neutrale gezichtsuitdrukking

    Met een neutrale gezichtsuitdrukking en normaal stemgebruik komen je boodschappen het duidelijkst over. Mensen met autisme vinden het namelijk lastig om stemmingen te lezen van andere mensen. Als ze bijvoorbeeld geleerd hebben dat een frons in het voorhoofd ‘boos’ betekent, is het verwarrend als je al peinzend ook een frons laat zien. Veel variatie in gelaatsuitdrukking en stemgebruik leiden degene tegenover je alleen maar af van wat je hem of haar wilde vertellen.

  4. Gebruik visuele ondersteuning

    Veel autistische mensen zijn visueel ingesteld. Daarom zijn foto’s en pictogrammen goede hulpmiddelen bij de communicatie. Léonne van der Weegen: 'Op het logeerhuis hangen we het dagprogramma duidelijk zichtbaar aan de muur op. Stilstaande klokken geven aan wanneer ieder onderdeel begint. Daarnaast ondersteunen we de geschreven taal zoals ‘ontbijten’ of ‘naar het zwembad’ met pictogrammen. Je kunt ook een foto van het zwembad gebruiken, maar zorg dan dat het ook precies dat zwembad is waar je naartoe gaat. Mensen met autisme kunnen moeilijk veralgemeniseren en zullen niet altijd begrijpen dat een foto van dat ene zwembad betekent dat je naar het andere gaat. Met een pictogram vermijd je deze onduidelijkheid.'

  5. Help een ritueel op te bouwen

    Voor mensen met autisme is de wereld chaotisch en onvoorspelbaar. Ze zoeken vaak structuur in een of meerdere bezigheden die zo vertrouwd zijn dat ze zich er veilig bij voelen. Dat kunnen preoccupaties of rituelen zijn. Rituelen zijn handelingen die steeds in precies dezelfde volgorde uitgevoerd en herhaald worden. Dat kan soms lang duren, bijvoorbeeld omdat iemand na het aantrekken van elk kledingstuk zijn handen wast. Weersta dan de verleiding om hem of haar op te jagen. Iemand met autisme zal er alleen maar van in de war raken en nog meer veiligheid in zijn ritueel zoeken. Beter kun je op een rustig moment samen een ander ritueel bedenken. Een duidelijk uitgeschreven stappenplan voor het was- en aankleedgebeuren in de ochtend geeft waarschijnlijk genoeg structuur om het eerdere ritueel te kunnen vervangen.

  6. Geef ruimte en grenzen aan preoccupaties

    Preoccupaties (de aandacht star op steeds hetzelfde onderwerp of bezigheid richten) zijn een andere manier om veiligheid te zoeken in een wereld die chaotisch is. Ze zijn er in alle soorten en maten. Léonne van der Weegen: 'Ik ben bij ons al heel wat bijzondere preoccupaties tegengekomen: de NS-dienstregeling, Pokemon, Griekse mythologie, lantaarnpalen, dierengeluide maken of steeds naar hetzelfde liedje van Marco Bosato luisteren. Voor mensen in de directe omgeving is het al snel irritant om steeds naar dezelfde verhalen te moeten luisteren of voor de tiende keer een film te zien.' Vergeet echter niet dat preoccupaties een functie hebben: veiligheid zoeken in een wereld die zich volstrekt onbetrouwbaar voordoet. Toch is het goed enige grenzen te stellen. Mensen met autisme kunnen zich anders volledig in hun bezigheid verliezen, waardoor ze steeds moeilijker te bereiken worden. Daarbij kan een preoccupatie zelf ook weer spanning oproepen, bijvoorbeeld bij het steeds moeten winnen van hetzelfde racespel. Léonne van der Weegen: 'Spreek duidelijk af wanneer iemand met zijn preoccupatie bezig mag zijn en hoe lang het mag duren, bijvoorbeeld een half uur na iedere maaltijd.' 

  7. Bereid veranderingen voor

    Veranderingen in de dagindeling kunnen mensen met autisme behoorlijk uit hun doen brengen. Kondig veranderingen daarom zo vroeg mogelijk aan. Léonne van der Weegen: 'We leggen bij veranderingen altijd uit waarom het anders moet, maar gaan er niet de discussie over aan. Vooral de hoogintelligente jongeren proberen dit steeds, maar een woordenwisseling zorgt voor alleen maar meer verwarring.' Ook overgangen in het dagprogramma moeten tijdig aangekondigd worden, zeker als iemand net met zijn of haar preoccupatie bezig is. Léonne: 'Het werkt het beste om overgangen van de ene naar de andere bezigheid steeds twintig, tien én vijf minuten van tevoren aan te kondigen.'

  8. Bewaar je geduld

    Léonne van der Weegen: 'Mensen met autisme kunnen hun omgeving soms tot wanhoop drijven: ze voeren ogenschijnlijk nutteloze ritelen uit als jij haast hebt, kletsen je de oren van het hoofd over onderwerpen die jou niet interesseren en zullen niet snel affectie of interesse voor jou als persoon tonen. Met boos worden bereik je meestal niets. Onze jongeren hebben gewoon niet in de gaten dat jij druk bent met het troosten van een ander als ze komen eisen dat je het potje tafeltennis af komt maken. Op het logeerhuis proberen we daarom zo veel mogelijk een denkbeeldige ‘auti-bril’ op te zetten. Zo dwingen we onszelf na te gaan of de situatie echt zo duidelijk is als we dachten.'

Do's

  • Geef bij activiteiten een kookwekker mee om te helpen de tijd te overzien
  • Gebruik steeds dezelfde zinnen voor eenzelfde situatie om je boodschap over te brengen
  • Structureer de ruimte door foto’s van de inhoud van kasten op de kastdeuren te plakken
  • Houd de ruimte overzichtelijk door spullen steeds na gebruik meteen op te ruimen
  • Gebruik de vier w’s (wat, waar, wanneer, met wie) om te controleren of een opdracht duidelijk is overgebracht

Don'ts

  • Verwachten dat iemand met autisme geduldig naar jouw verhaal zal luisteren
  • Meteen antwoord verwachten nadat je iets gevraagd hebt. Het kan soms wel twintig seconden duren voor de betekenis van je vraag goed en wel is doorgedrongen
  • Het huis versieren met felle kleuren en de muren vol posters en plaatjes hangen
  • Benoemen welk gedrag je niet wilt zien, zonder erbij te vertellen wat wel de bedoeling is

Bron

Léonne van der Weegen, groepsleider op een logeerhuis voor jongeren met ASS en filosofe

Meer uitleg

Hoedoeners in de spotlight
Noortje van Dorp
Lid sinds: 9 mei 2008
Aantal Hoedoes: 125
Susanne Biemans
Lid sinds: 14 mei 2008
Aantal Hoedoes: 9
Petra Megens
Lid sinds: 9 juni 2008
Aantal Hoedoes: 17
Wil je ook schrijven voor Hoedoe?
Meld je aan!