Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Wetenschap & techniek » Auto en motor » Hoe verwissel ik een autowiel
4

Hoe verwissel ik een autowiel

Document acties
  • Tijdshoeveelheid 30 minuten
  • Moeilijkheidsgraad: goed te doen
Hoe verwissel ik een autowiel
Páng! Flopflopflopflop... Autoband lek... Dat is schrikken. Je remt rustig af en zet de auto stil langs de kant van de weg. Gevarendriehoek eruit en op dertig meter achter de auto. Veiligheidshesje aan. En dan? Wegenwacht bellen? Helemaal niet nodig. Die zijn er pas over een uur. En dan heb jij je wiel met lekke band allang verwisseld met het reserve-exemplaar achterin. Ehhm...hoe moet dat ook al weer?

Hoedoe door: Bastienne Wentzel

Bekijk het profiel van Bastienne Wentzel
Aantal Hoedoes: 60


Benodigdheden

  • Reservewiel
  • Krik
  • Dopsleutel of kruis
  • Matje of zeil

Stappen

  1. Zet de auto op een veilige plaats neer

    Rijd als het nog kan naar een parkeerplaats. Heb je een klapband, rijd er dan niet mee door maar zet de auto dan zo ver mogelijk aan de kant of op de vluchtstrook. Plaats de gevarendriehoek en draag als je hebt een veiligheidshesje. Zorg zeker als de lekke band aan de linkerzijde van de auto zit voor een veilige werkplek. Zet de auto in de versnelling als je een achterwiel moet verwisselen (dan zijn bij de meeste auto’s de voorwielen geblokkeerd) of op de handrem als je een voorwiel moet verwisselen (dan zijn de achterwielen geblokkeerd). Zorg op een heuvel voor blokjes of stenen voor de wielen, aan de lage kant uiteraard.

  2. Haal het reservewiel en gereedschap tevoorschijn

    Haal het reservewiel tevoorschijn. Die zit meestal onder de bodem van de achterbak. Bij sommige auto’s hangt hij onder de auto. In dat geval heb je een slinger nodig om hem eronder vandaan te krijgen.

    Haal de krik tevoorschijn en zoek de juiste dopsleutel of kruissleutel voor de wielbouten. Leg een matje of zeiltje neer om zand in de wielen en bouten tegen te gaan. Het kan geen kwaad om thuis vast eens te controleren of je al deze spullen in je auto hebt en waar ze zijn.

    Haal eventueel de wieldoppen van de wielen als dat nodig is om de bouten los te schroeven. Wielen met lichtmetalen velgen hebben vaak een anti-diefstalbout of speciale naafdop. Daarvoor is een speciale sleutel nodig. Ook hebben lichtmetalen velgen andere wielbouten dan het reservewiel. Je hebt dus extra bouten nodig hiervoor.

    Check van te voren eens of je die allemaal hebt.

  3. Draai het wiel los

    Zet de krik alvast op zijn plaats. Bij een oude auto is dat onder een chassisbalk. Bij een nieuwe auto met dragende carrosserie heb je geen balken en zet je de krik zo dicht mogelijk bij het wiel. Zorg dat de voet van de krik op een harde ondergrond staat. Op zandgrond heb je een plankje nodig om eronder te zetten. Draai de krik met de hand alvast zo hoog dat hij nog net onder de auto past, dat scheelt weer krikken. Draai dan alle bouten van het wiel een halve slag los (linksom, tegen de klok in). Niet helemaal losdraaien!

  4. Krik de auto op en haal het wiel eraf

    Zover dat het wiel net een centimeter van de grond is. Draai dan alle bouten eraf. Bewaar ze bij elkaar, gooi ze niet zomaar in het zand. Dan zijn ze vies en vaak kwijt. Til voorzichtig het wiel naar je toe.

  5. Plaats het reservewiel

    Zorg dat alles schoon en vrij van zand is. Til dan het reservewiel op zijn plaats en draai met de hand de bouten er weer op. Zitten ze handvast, draai ze dan verder vast met een sleutel. Draai ze om de beurt een halve slag aan in een vast patroon zodat je er geen vergeet. Ze moeten zo vast zitten als je met de hand-met-sleutel krijgt. Ga niet met je voet op de sleutel staan. Gebruik liever geen luchtdruksleutel zoals in de garage soms wordt gebruikt. Een momentsleutel is wel een goed idee als je die hebt.

    Laat de krik dan voorzichtig zakken. Zorg dat er geen handen, voeten of materiaal onder de auto liggen. Ruim alle materialen vervolgens op waar ze horen.

    Tip van autobedrijf Groenendijk Banden:

    "Het gebeurt vaak dat een lichtmetalen wiel voor verschillende auto's wordt geproduceerd. Maar verschillende auto's hebben ook verschillende naafgrootten. De fabrikant maakt dan een wiel voor de grootste naaf. Heeft je auto een kleinere naaf, dan moet die ruimte worden opgevuld om het wiel toch op de naaf te laten centreren. Dit gebeurt meestal met kunststof of metalen centreerringen. De centreerring wordt voordat het wiel op de auto gemonteerd wordt in het naafgat van het wiel geplaatst. Door water en vuil kan het gebeuren dat tijdens het verwijderen van het wiel van de auto de centreerring op de naaf van de auto achterblijft. De centreerring moet je  verwijderen voordat je het reservewiel op de auto monteert. Het reservewiel heeft namelijk (uiteraard) al de juiste naafgrootte omdat deze met de auto is meegeleverd."

  6. Laat je band repareren bij een garage

    Zorg dat je niet te lang met je reservewiel rijdt. In het instructieboekje van de auto staat hoe lang je maximaal met deze noodband mag rijden. Laat de lekke band repareren, repareer hem zelf of koop een nieuwe. Zet dan het gewone wiel er weer op en berg het reservewiel op waar het hoort.

Do's

  • Regelmatig de bandenspanning controleren.
  • Instructieboekje lezen.
  • De wielbouten een halve slag losdraaien voor je de auto opkrikt.
  • Van te voren thuis stap 1 tot en met 3 eens uitvoeren om te zien of je alle spullen hebt.

Don'ts

  • Met je voet op de sleutel de bouten aandraaien.
  • Hard rijden of lang doorrijden met je reservewiel. De zogenaamde ‘thuiskomers’ zijn vaak gemaakt voor maximaal 80 km/u.

Bron

Meer uitleg

extra tips

door Martijn Kraan op 24-11-2010 18:16
Ik mis nog het volgende:

- Het is belangrijk dat je de krik op de kriksteunen laat leunen. Dit zijn verdikkingen in de chassisbalk.
- Draai de bouten altijd kruislinks los en vast om torderen te voorkomen.
- Laat de band contact houden met de ondergrond tot de bouten handvast zitten (en niet alleen de eerste slag)