Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Reizen & vakantie » Bestemmingen » De woestijn » Hoe bepaal ik mijn woestijnbagage
3

Hoe bepaal ik mijn woestijnbagage

Document acties
  • Moeilijkheidsgraad: moeilijk
Hoe bepaal ik mijn woestijnbagage
Twintig jaar geleden gaf biologe Arita Baaijens haar baan op. Om met een kleine karavaan te verdwijnen in de woestijn. Zo werd ze woestijnreizigster en schrijfster. Elke winter opnieuw vertrok de Nederlandse naar de Egyptische of Sudanese woestenij. Ben je van plan om met kamelen door de woestijn te gaan trekken? Bekijk de paklijst en lees de 14 bepakkingtips van een rasechte woestijnnomade uit Amsterdam.

Hoedoe door: Irene Herbers

Bekijk het profiel van Irene Herbers
Aantal Hoedoes: 54


Benodigdheden

  • zaklamp, reservelampjes
  • zakmes
  • batterijen
  • eventueel kompas
  • goede zonnebril
  • waterfles van 1 liter (5 liter jerrycan met jute omhulsel)
  • tasje of dagrugzak voor water, brood etc.
  • camera met afsluitbare plastic zak ter bescherming, batterijen, schoon- maakspullen
  • filmrollen, geheugenkaarten
  • eventueel verrekijker
  • medicijnen – eerstehulppakket met oa. orysel, second skin, paracetamol, purol
  • keelsnoepjes zoals potters of wybertjes, kauwgom is ook lekker onderweg
  • waterzuiveringstabletten
  • zonnebrand (oa sunblock)
  • after sun (Hema: Aloë Vera)
  • lotion of olie voor droge huid
  • bescherming voor lippen (lippenstift of sunblock, géén lippenbalsem)
  • antimug
  • wet tissues
  • ingelopen wandelschoenen (licht en sluitend over enkel)
  • lichte gympen of schoentjes voor 's avonds
  • behalve gewone sokken ook wat dikkere voor 's avonds
  • gemakkelijk zittende wandelkleren
  • trui
  • warme broek voor 's avonds
  • muts voor koude nachten
  • winddicht jack
  • dunne sjaal(tegen stof, vliegen, verbranding van de nek)
  • hoofdbedekking (zonnehoed brede rand, lange tulband)
  • slaapmatje (zo klein en licht mogelijk)
  • slaapzak
  • foto’s van je familie (om te laten zien onderweg)
  • attenties voor mensen die gastvrijheid verlenen
  • voor eten wordt gezorgd, maar een verrassing voor jezelf, bijvoorbeeld chocolade, is nooit weg!
  • gedichten (voor boeken lezen geen tijd)

Stappen

  1. Bepak je kameel met zadeltassen, niet met je rugzak

    “Ga je met een expeditie of op eigen kracht? Als je alleen gaat, moet je verstand hebben van zadels en zadeltassen. Je moet weten hoe je een kameel fatsoenlijk bepakt. Ga kijken op plekken waar mensen met zadels en zadeltassen werken of koop er een boek over zodat je weet wat je wel en niet nodig hebt. Kamelen zijn geen paarden, het zijn lastdieren en dat is een groot verschil. Behang je kameel niet met een rugzak. Die gaat namelijk schuren en daar krijgt je kameel blaren van. Een rugzak is dus niks, je moet zadeltassen hebben. En breng ook reparatiemateriaal mee. Tassen en andere spullen slijten snel bij een grondig gebruik. Ik heb daarom altijd stevig garen bij me en extra canvas om de tassen te repareren.”

  2. Ga uit van vijf liter water per dag

    “In de woestijn heb je veel meer water nodig dan je denkt. Vertrouw niet op je lichaam, want dat geeft niet aan hoeveel water je precies nodig hebt en zodra je dorst hebt, ben je eigenlijk al te laat. Als ik met een expeditie vertrek plemp ik er een hoop water in bij mijn mensen. Ik ga uit van zo’n vijf liter per dag per persoon. Ik drink zelf meestal drieëneenhalve liter bij gemiddeld 30 graden. Is het warmer, dan drink ik meer. Je hoort wel eens verhalen van acht tot tien liter per dag, maar dat heb ik nog nooit voor elkaar gekregen.”

  3. Zorg voor je eigen waterflacon

    “Als ik met nomaden reis, drink ik vaak te weinig. Dat komt door de smaak van het water. Woestijnmensen gebruiken waterzakken van geitenleer die geteerd zijn. Dat teer zorgt voor een vreselijke rotsmaak en als het water vies is, drink ik nauwelijks. Ik neem dus altijd mijn eigen jerrycan (25 liter) mee. Vinden de overige expeditieleden dat aanvankelijk grote onzin, uiteindelijk drinken ze graag met me mee. Ik heb ook een kleinere jerrycan bij me, ook voor het water. Ik zorg voor 10 liter, maar je kunt ook kiezen voor 5 liter. Die kleinere jerrycan bedek je met wat jute of canvas die je nat houdt. Zo heb je altijd koel water. Oh ja, vergeet het touw niet. Ik hang die jerrycan overal aan zodat ik het water elk moment kan pakken. Check de jerrycan op de doppen. Die mogen niet lekken en je neemt ook wat reservedoppen mee.”

  4. Bestrijd de vieze smaak

    “Zelfs als het water lekker is (lees: niet verpest door een teersmaak), dan drink ik nog te weinig. Met bruisvitaminetabletten (met een smaakje) en cacao geef ik het water meer smaak. Tijdens een stop maak ik bijvoorbeeld chocolade. Dat is weinig voedzaam en ongemerkt slobber ik zo een halve liter water weg. Je kunt ook desinfecteertabletten meenemen. Maar dan wel zonder chloor, anders drink je het niet.”

  5. Bedek je hoofd. Op allerlei manieren

    “Kies je een hoed, neem er dan eentje met een brede rand. Het is namelijk heerlijk om met je gezicht in de schaduw te lopen, veel schaduw geeft rust. Maar neem ook een tulband mee. Een deel van de flap wikkel je over je gezicht zodat je niet verbrandt en je geen zandkorrels eet. Dan heb ik ook een muts bij me voor ’s nachts. De meeste warmte verlies je via het hoofd, dat voorkom je door het dragen van een muts. Die muts is ’s avonds bij het kampvuur ook heerlijk comfortabel.”

  6. Zorg voor sjaaltjes

    “Om te voorkomen dat mijn nek verbrand, neem ik altijd een sjaaltje mee. Zo’n ding is trouwens multifunctioneel. Ik dek er mijn nek mee af tegen het verbranden en mijn gezicht tegen de vliegen tijdens de slaap. Ik heb ook altijd een warmere sjaal bij. Voor ’s avonds, want dan koelt het zwaar af.”

  7. Draag speciaal ondergoed

    “Ondergoed mag niet schuren of zweten. Broekjes met opgenaaide randen of stiksels gaan schuren bij de lies en dat zorgt voor irritaties. Schaf zacht ondergoed aan. Dames opgelet: die broekjes met pijpjes lenen zich perfect voor de woestijn.”

  8. Neem iets lekkers mee, bijvoorbeeld chocolade

    “Als ik er doorheen zit, helpt een goed vooruitzicht mij echt vooruit. De beloning die ik mezelf beloof is altijd iets lekkers (meestal chocolade) en ik kan echt opkikkeren van de gedachte dat ik dat straks mag eten. Wat lekker is, is voor iedereen verschillend. Het mag dan ook van alles zijn zolang het vooruitzicht je maar blij maakt. Mijn oppepper is chocolade en je zou het niet verwachten, maar die houdt je goed koel in de woestijn. Hoe je dat doet? Ik stop de chocolade middenin een tas (isolatie) en vervolgens hang ik die tas aan de koele, ofwel de schaduwkant, van mijn kameel. ’s Ochtends bengelt de chocolade dus aan de oostkant en ’s middags verhang ik de tas naar de andere kant. Daarboven bengelt dan meestal ook een matje (extra isolatie). Die oppeppers zijn na een paar weken slenteren goud waard. Echt, ik koop dozen vol snickers, bounties en marsen. Niet alleen voor mezelf hoor. Ik deel ze ook uit. Het is in de woestijn ondenkbaar dat je wat je hebt, niet met anderen deelt.”

  9. Verstop een verrassing in je tas

    “Ik verstop ook altijd verrassingen, die verspreid ik over mijn tassen. Dingen waarvan ik niet meer wist dat ik ze had meegenomen. Als ik er eentje vindt (een zuurtje, een foto…), dan maakt dat me erg blij.”

  10. Was jezelf met je linkerhand

    Plas middenin de woestijn en was jezelf met je linkerhand en een plets water schoon. Dat schoonmaken kost niet veel water en het is erg belangrijk. Urine kan bij grote warmte zorgen voor een branderig gevoel. Dat vermijd je met water. Daarbij laat je geen troep (lees: wc-papier) achter en je blijft lekker schoon.”

  11. Kauw op wybertjes en pottertjes

    “Als ik veel loop en nauwelijks pauzeer, dan kauw ik op wybertjes en pottertjes. Ze zijn heerlijk en houden de mond vochtig.”

  12. Bescherm je lippen met sunblock

    "Gebruik sunblock, geen lippenbalsem. Lippenbalsem glanst en dat trekt de zon aan. Je moet je lippen met iets echt vettigs bedekken. Ik gebruik altijd sunblock, maar lippenstift helpt ook goed.”

  13. Draag losse kleding, liefst met veel zakken

    “Je kleding moet lekker los zitten en liefst ook zijn er genoeg zakken. Die zakken prop je vol handigheidjes waar je zo bij moet kunnen. Wat er in mijn zakken zit? Sunblock, wybertjes, pottertjes, schrijfblokje met pen, nagelschaartje (je nagels gaan eraan omdat je met dieren werkt) en ik weet al wat niet meer.”

  14. Draag licht ademend schoeisel en zorg voor extra sokken

    “De schoenen die je draagt, mogen niet te zwaar zijn. Neem geen zware bergschoenen mee, maar denk eerder aan schoentjes van canvas of iets dergelijks. Je schoenen zijn ingelopen, ze moeten ademen en zijn halfhoog zodat er geen zand in kan. Ik zorg ook altijd voor extra sokken. ’s Avonds is het heerlijk om je bezwete sokken te kunnen verruilen voor een dikker en droog paar. Neem dus vrijetijdssokken mee.”

Bron

Arita's woestijnboeken

door Irene Herbers op 22-07-2008 14:56
• A Camel Travel Handbook (in voorbereiding)
• Desert Songs (voorjaar 2008)
• Woestijnnomaden (2005)
• Oase Farafra (1998)
• Een regen van eeuwig vuur (1993)
Hoedoeners in de spotlight
Renate Boogvrouw
Lid sinds: 11 april 2008
Aantal Hoedoes: 16
Marieke van Oosterhout
Lid sinds: 31 maart 2008
Aantal Hoedoes: 24
Cindy Kamstra
Lid sinds: 18 juni 2008
Aantal Hoedoes: 86
Wil je ook schrijven voor Hoedoe?
Meld je aan!