Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Reizen & vakantie » Onderweg » Hoe lees ik een topografische kaart
3

Hoe lees ik een topografische kaart

Document acties
  • Moeilijkheidsgraad: goed te doen
Kaarten zijn er in allerlei soorten en maten. En er zijn best veel mensen die ze niet kunnen lezen. Na de stappen van deze hoedoe weet jij voortaan beter. Jij loopt niet meer verkeerd, zal niet langer in bossen en heuvels verdwalen. Meer specifiek gaat deze hoedoe over de stafkaart, ofwel: de topografische variant in het rijk der kaarten.

Hoedoe door: Irene Herbers

Bekijk het profiel van Irene Herbers
Aantal Hoedoes: 54


Benodigdheden

  • een goede kaart
  • schaal en legenda
  • hoogtelijnen
  • ontdekkingslust

Stappen

  1. Weet wat je in je handen hebt

    Daar sta je dan middenin een Ardeens bos met een lap papier dat is volgeklad met tekens, kleuren, strepen en symbolen. Wat heb je eigenlijk in je handen? Wat precies is een topografische kaart/stafkaart? 

    Een kaart is een model. Het is een platte verkleinde voorstelling van de werkelijkheid vol gedetailleerde informatie over het landschap. De stafkaart diende vroeger uitsluitend militaire doeleinden, maar inmiddels zie je geen recreant meer zonder. Op zo'n kaart staan alle weggetjes, huizen, sloten, bosjes en andere belangrijke herkenningspunten getekend. Elk soort landschapselement heeft een eigen symbool of kleur en over landen gezien, zijn die niet uniform. Ze zijn dus cultuurbepaald. Wat voorbeelden van symbolen en kleuren op Nederlandse kaarten:

    • snelwegen: paars
    • zandwegen: wit
    • kerken: rood symbool
    • zendmasten: soort streepje

    Er zijn allerlei topografische kaarten. Afhankelijk van de toepassing is de kaart zwart-wit gekleurd of is de schaal anders.

  2. Bekijk de kaart goed

    Een stafkaart is dus een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Dat die werkelijkheid klein en plat is, maakt het kaartlezen voor sommige mensen zo moeilijk. Waar ben je en hoe vind je de weg? Daartoe heb je herkenningspunten nodig. Om jezelf te kunnen oriënteren moeten de volgende zaken op de kaart staan:

    • Legenda (uitleg van alle kleuren en symbolen)
    • Lengte- en breedtegraden
    • Hoogtelijnen
    • Pijl die naar het noorden wijst (staat meestal in de legenda)
    • Schaal + schaalstaafje (daarmee schat je de juiste afstand)
    • Details ter oriëntatie (bijv.: kerk, toren, brug, bijzondere bomen, perceelgrenzen, dijkje, rivier enz.). Deze worden toegelicht in de legenda.
  3. Snap de schaal

    De schaal geeft de verhouding tussen de afstanden op de kaart en die in werkelijkheid weer. Een schaal van 1: 25000 betekent dat de horizontale afstand van 1 cm op de kaart in werkelijkheid 25000 cm is, wat neerkomt op 250 m. Een schaal van 1: 100000 betekent dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid één kilometer is. 

    Verschillende stafkaarten hebben verschillende schalen. 1: 50000 (1 cm = 500 m) en 1:25000 worden in Nederland het meeste gebruikt. Bij de laatste komt vier cm op de kaart overeen met één kilometer in het echt.

  4. Ken de legenda

    Zoals hierboven gezegd geeft de legenda de betekenis van alle tekens en kleuren, ofwel de oriëntatiepunten, weer. Het is handig om er een aantal van te kennen, mocht de legenda op je kaart ontbreken. Veel symbolen spreken voor zich. Daarbij zijn ze uniform in de Nederlandse stafkaartenwereld. Het is handig om de verschillende symbolen en kleuren die horen bij de volgende oriëntatiepunten te onthouden:

    • loofbos
    • naaldbos
    • akkers
    • afrasteringen
    • typen paden
  5. Bergen of heuvels: kijk naar de hoogtelijnen

    Bij een stafkaart van een heuvelachtig of bergachtig gebied heb je niet meer uitsluitend te maken met een horizontale verhouding op de kaart, maar ook met een verticale. De heuvels en bergen om je heen worden op elke stafkaart in beeld gebracht door hoogtelijnen. Deze lijnen verbinden punten met elkaar die zich op dezelfde hoogte bevinden. Zo zie je ook wat voor vorm een berg heeft: of hij langgerekt is of juist rond. Tot slot kun je aan de hoogtelijnen ook zien hoe steil een route is: hoe steiler, hoe dichter de hoogtelijnen op elkaar staan. 

  6. Leer de zaken herkennen

    Tweede weg links, derde naar rechts, eerste zandpad links... Veel mensen gebruiken een kaart om de wegen te tellen. Daarbij gaan ze ervan uit dat alle wegen op de kaart staan, maar dat is niet per definitie zo. Niet tellen dus. Ook al niet omdat je zo een hoop informatie negeert. 

    Leer de kaart kennen. Bestudeer hem en je zult merken dat sommige zaken dusdanig logisch en consequent zijn dat het lezen van de kaart geen probleem meer hoeft te zijn. In plaats van wegen te tellen kijk je dus van kaart naar omgeving en andersom en je neemt de tijd om te bestuderen wat precies wat representeert. De kunst van het kaartlezen is lastig om te beschrijven. Je kunt hem uitsluitend al doende leren. Veel oefenen dus.

  7. Onthoud deze handigheidjes

    Gun jezelf dus de tijd om de kaart te leren kennen. Wat standaard dingetjes die de kunst van het kaartlezen vergemakkelijken. Knoop ze in je oren.

    • De hoogtes op hoogtelijnen zijn zo ingevuld dat ze bergopwaarts te lezen zijn. Kijk je dus 'op z'n kop' naar een getal, dan kun je ervan uitgaan dat je bergafwaarts gaat. Lees je het getal gewoon normaal, dan ga je bergopwaarts. 
    • Door het op-z'n-kop handigheidje hierboven kun je ook vrij gemakkelijk de stroming van een beek of rivier bepalen en deze controleren met de werkelijkheid. 
    • Hoogtelijnen: hoe dichter de lijnen op elkaar staan, hoe steiler de plek. 

Do's

  • Houd de kaart goed. Zodanig dat je alles kunt lezen dus.
  • Neem de tijd om de zaken te leren herkennen

Don'ts

  • De kaart andersom houden
  • Wegen tellen

Bron

Hoedoeners in de spotlight
Janine Bruinooge
Lid sinds: 7 april 2008
Aantal Hoedoes: 34
F. Nelissen
Lid sinds: 7 april 2008
Aantal Hoedoes: 23
Renate Boogvrouw
Lid sinds: 11 april 2008
Aantal Hoedoes: 16
Wil je ook schrijven voor Hoedoe?
Meld je aan!