Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Werk & carrière » Studie » Hoe schrijf ik een scriptie
4

Hoe schrijf ik een scriptie

Document acties
  • Tijdshoeveelheid 120 dagen
  • Moeilijkheidsgraad: uitdagend
Na een jaar of vier, vijf studeren is het eindelijk zo ver: je hebt je opleiding bijna afgerond. Er is nog maar één horde die je moet nemen: het schrijven van je scriptie. En dat schrijven lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Maar, als je de tijd neemt om goed te plannen én door weet te zetten, dan zal het je ook lukken om die laatste drempel te nemen!

Hoedoe door: Adine Versluis

Bekijk het profiel van Adine Versluis
Aantal Hoedoes: 478


Benodigdheden

  • Pen en papier
  • Bibliotheek
  • Doorzettingsvermogen
  • Computer
  • Post-its
  • Overzicht met eisen die aan de scriptie gesteld worden
  • Medestudent (optioneel)

Stappen

  1. Bedenk een goed onderwerp

    Een goede scriptie start bij een goed onderwerp. Trek een dag uit voor een bezoek aan de bibliotheek en kijk of je daar een geschikt onderwerp vindt. Kijk daarnaast nog eens door je oude collegeaantekeningen en verslagen: heb je al eerder gewerkt aan een onderwerp dat je interessant vindt en dat je verder uit wilt diepen? Probeer een zo specifiek mogelijk onderwerp te kiezen, zodat je én gericht aan de slag gaat én echt iets toevoegt aan de huidige literatuur over dat specifieke onderwerp. Als je echt geen onderwerp kunt bedenken, praat dan eens met je scriptiebegeleider of docent. Die kan je vaak verder helpen. Bovendien ben je er dan bijna zeker van dat je begeleider jouw onderwerp ook interessant vindt!

  2. Formuleer een probleemstelling en deelvragen

    Over een onderwerp alleen kun je wel een werkstuk schrijven, maar geen scriptie. Je scriptie draait praktisch altijd om een probleemstelling, denk bijvoorbeeld aan ‘Op welke manier verwerkte Jane Austen medelijden in haar boek Mansfield Park?’ Aan de hand van deze probleemstelling formuleer je een aantal deelvragen die je helpen antwoord te geven op de probleemstelling. De beste manier om je probleemstelling en deelvragen te formuleren is door alvast wat onderzoek te doen met betrekking tot je onderwerp. Leen boeken uit de bieb, lees wat er al over je onderwerp geschreven is en houd een lijstje bij met dingen die je daarin opvallen en zaken die je interessant lijken. Je hoeft je probleemstelling en deelvragen niet als definitief te beschouwen; ze zijn altijd weer aan te passen. Je probleemstelling en deelvragen vormen een eerste opzet, een soort grove inhoudsopgave, voor je scriptie.

  3. Maak een planning

    Hoewel je de planning ook al vóór het bedenken van je onderwerp en formuleren van je probleemstelling en deelvragen kunt maken, is het geen slecht idee om dit pas daarna te doen. Aan de hand van je onderwerp is het namelijk makkelijker in te schatten hoeveel tijd je nodig hebt voor je onderzoeks- en schrijffase. Maak je planning aan de hand van je inleverdatum en reken terug. Houd rekening met een onderzoeksfase, een conceptfase, een schrijffase en een correctiefase. Houd concrete doelen aan in je planning, gebruik hiervoor bijvoorbeeld de opzet die je in de vorige stap hebt gemaakt. Bepaal voor jezelf ook hoeveel tijd je aan iedere activiteit wilt besteden. Beperk vooral de onderzoeksfase: deze fase is erg belangrijk, maar het is niet de bedoeling dat je maar blijft lezen en dat er uiteindelijk niets op papier komt. Overleg je planning ook met je scriptiebegeleider, zodat die je, indien nodig, bij de les kan houden.

  4. Zoek betrouwbare bronnen

    Het is nu tijd voor je onderzoeksfase. In deze fase zoek je zoveel mogelijk betrouwbare bronnen. Kijk hiervoor bij voorkeur in de (Universiteits-)bibliotheek en wetenschappelijke tijdschriften. Vermijd vage bronnen van Internet en beperk je bijvoorbeeld tot websites die eindigen op .edu (education). Leg een overzichtelijke literatuurlijst aan van de werken die je gaat gebruiken. Met behulp van Post-its kun je alvast belangrijke delen markeren, zodat je deze later gemakkelijk terug kunt vinden.

  5. Begin met schrijven

    Als je voldoende informatie gevonden hebt, of de tijd voor de onderzoeksfase erop zit, dan zul je toch echt moeten gaan schrijven. Begin bij een bepaald hoofdstuk of thema en schrijf van daaruit verder. Maak zorgvuldig gebruik van voetnoten en verwijzingen en markeer de stukken waar je later nog iets aan wilt vullen. Schrijf je inleiding als allerlaatste: hierin vermeld je namelijk niet alleen je probleemstelling en deelvragen, maar ook je conclusie. Omdat je conclusie als het goed is pas aan het einde geformuleerd wordt en je probleemstelling en deelvragen gedurende het proces nog kunnen veranderen, heeft het weinig zin om je hier in het begin al op te storten.

  6. Blijf schrijven

    Als je eenmaal begonnen bent, is het niet altijd gemakkelijk om dit vol te blijven houden en productief te schrijven. De eerste dag misschien, maar waarschijnlijk begin je al snel uitvluchten te bedenken. Spreek daarom met jezelf af om iedere dag bijvoorbeeld minimaal een pagina of een x aantal woorden te schrijven, ongeacht of je die dag op onderzoek uitgaat of alleen aan schrijven zult besteden. Zolang je in het schrijfritme blijft, zal het steeds gemakkelijker worden om zinnige tekst op papier te krijgen.

  7. Neem de tijd om te herschrijven

    Als je helemaal in het onderwerp zit, zul je meer met de inhoud bezig zijn dan met de leesbaarheid. Die leesbaarheid is echter wel belangrijk: hoe goed je inhoud ook kan zijn, als het onleesbaar is zal dit niet overkomen. Neem daarom de tijd om te herschrijven. Probeer je tekst steeds met een frisse blik te bekijken en bij te schaven waar nodig. Bekijk je tekst daarnaast vanuit het oogpunt van de lezer en probeer te bedenken welke vragen er nog onbeantwoord blijven.

  8. Laat je scriptie door een medestudent lezen

    Als je in de gelegenheid bent kun je je scriptie laten lezen door een medestudent. Laat hem of haar aangeven waar vragen opkomen of welke dingen niet helder zijn. Verwerk die aantekeningen in de conceptversie die je inlevert bij je scriptiebegeleider.

  9. Lever je conceptversie in

    Als je scriptie helemaal af is, voorzien van een nette inhoudsopgave, voorkant, paginanummer en alle andere eisen die er aan je scriptie gesteld worden (afhankelijk van je studie), dan kun je hem inleveren bij je scriptiebegeleider. In de meeste gevallen zal die hem goed doorlezen en je voorzien van feedback, alvorens hij wordt doorgestuurd naar de tweede lezer. Maak een afspraak met je scriptiebegeleider om de aantekeningen die hij of zij had door te spreken en spreek direct een nieuwe inleverdatum af. Probeer dit, afhankelijk van het aantal benodigde wijzigingen, zo snel mogelijk te doen. Je bent nu op de goede weg!

  10. Lever je uiteindelijke versie in

    Als je alle wijzigingen hebt doorgevoerd, dan kun je je uiteindelijke versie inleveren. Laat hem netjes inbinden bij een copyshop en geef een exemplaar aan zowel je scriptiebegeleider als de tweede lezer. Je scriptie is af!

  11. Bedank je scriptiebegeleider

    Als alles erop zit, dan is het wel net zo netjes om je scriptiebegeleider te bedanken voor alle tijd en moeite die hij of zij in jouw project gestoken heeft. Bedank hem of haar persoonlijk, met een kaartje of een bloemetje en schroom (vooraf) niet om te vragen of een naamsvermelding in je scriptie op prijs wordt gesteld!

Do's

  • Spreek ook tussendoor met je scriptiebegeleider af en laat vast wat delen van je werk zien. Hij of zij kan je vast waardevolle tips geven!
  • Laat je scriptie regelmatig tegenlezen, wat voor jou heel duidelijk kan zijn, kan bij een lezer vragen oproepen
  • Ga zorgvuldig om met bronvermeldingen en maak je niet schuldig aan plagiaat
  • Begin tijdig met het plannen van je scriptie en het bedenken van onderwerpen
  • Probeer eerst je scriptie af te maken en dan pas te gaan werken, anders is de kans groot dat je nooit afstudeert

Don'ts

  • Doe niet of het schrijven van je scriptie onhaalbaar is: het is een flink werk en kost waarschijnlijk meer tijd dan een ander willekeurig werkstuk, maar ieder jaar schrijven duizenden studenten een scriptie, dus dat moet jou ook lukken
  • Gebruik geen vage bronnen van Internet
  • Blijf niet vastzitten in de onderzoeksfase

Bron

Boek ‘Een leesbare scriptie’ door Warna Oosterbaan, Uitgeverij Prometheus, 2004 en boek ‘Het betere schrijfwerk’ door Lex Boezeman en Frank Woudenberg, HvU Press, 2003.

Meer uitleg

Hoedoeners in de spotlight
Erik Weijers
Lid sinds: 26 maart 2008
Aantal Hoedoes: 42
Susanne Biemans
Lid sinds: 14 mei 2008
Aantal Hoedoes: 9
Noortje van Dorp
Lid sinds: 9 mei 2008
Aantal Hoedoes: 125
Wil je ook schrijven voor Hoedoe?
Meld je aan!