Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Wonen & inrichten » Bouwen & verbouwen » Elektriciteit » Hoe sluit ik een lamp aan

Hoe sluit ik een lamp aan

Document acties
  • Tijdshoeveelheid 10 minuten
  • Moeilijkheidsgraad: goed te doen
Hoe sluit ik een lamp aan
Een nieuwe lamp ophangen of een lamp vervangen is niet zo moeilijk. Je hoeft alleen de bedrading maar op de juiste manier aan te sluiten. En dat is wel even opletten, want je wilt natuurlijk geen kortsluiting veroorzaken.

Hoedoe door: Adine Versluis

Bekijk het profiel van Adine Versluis
Aantal Hoedoes: 478


Benodigdheden

  • Spanningszoeker of andere kleine schroevendraaier
  • Kroonsteentje
  • Nieuwe lamp
  • Striptang

Stappen

  1. Schakel de stroom uit

    Schakel voor je begint altijd eerst de stroom uit. Als je precies weet op welke groep de lamp die je op gaat hangen zit, kun je alleen die groep uitschakelen. Weet je dat niet en hangt er al een lamp? Dan kun je hierachter komen door de lamp aan te zetten en één voor één de groepen uit te schakelen. Als de lamp uitgaat, betekent dat dat je de juiste groep te pakken hebt.

    Voor je verder gaat controleer je met de spanningzoeker (of de lamp) voor de zekerheid of er echt geen spanning meer op staat. Als je een spanningszoeker gebruikt, houd dan het metalen schroefblad tegen een draadje en je vinger op het (metalen) uiteinde van de spanningzoeker. Als er in het handvat een lichtje gaat branden, is de spanning nog niet van de draad af en kun je beter alle groepen uitschakelen.

  2. Strip de draden

    Als je werkt vanaf een plafonddoos, kun je die openen door het kapje opzij te schuiven en de centraaldoos eronder open te schroeven. Haal de draden vervolgens door het gat in het deksel van de centraaldoos naar beneden. Het kapje kun je losschroeven; dat heb je niet meer nodig als je een lamp plaatst.

    Als het goed is heb je twee draden: een zwarte draad en een blauwe draad. In oudere huizen wordt soms van zwart en bruin gebruik gemaakt. De blauwe (of bruine) draad is de stroomdraad, de zwarte draad is de schakeldraad. Strip beide draden, zodat er ongeveer een centimeter van de koperen kabel in de draad bloot komt te liggen.

    Het kan zijn dat je ook een aardedraad hebt. Dat is een groen-gele draad. Deze draad hoef je voor lampen niet per se te gebruiken, maar zorgt wel voor wat extra veiligheid. Controleer eerst of je de draad aan de lamp kunt monteren. Als dat het geval is, strip je deze ook. Kun je de draad niet aan de lamp kwijt, bijvoorbeeld omdat aarden niet nodig is, dan laat je de draad ongestript hangen.

  3. Monteer het kroonsteentje

    Pak vervolgens een kroonsteentje en draai de beide schroefjes aan één kant wat losser. Draai ze niet uit het kroonsteentje, want dan krijg je ze er bijna niet meer in. Plaats vervolgens de zwarte draad in het ene gaatje en de blauwe (of bruine) in het andere gaatje. Draai het schroefje weer aan.

    Als je niet vanaf een centraaldoos of plafonddoos werkt, maar een bestaande lamp wilt vervangen, dan ga je iets anders te werk. Je haalt dan het lampenkapje los. Daaronder zit ook een kroonsteentje. Je kunt nu twee dingen doen; je draait het kroonsteentje helemaal los en vervangt het door een nieuw exemplaar, of je draait alleen de schroefjes aan de kant van de lamp los, zodat je de lamp weg kunt leggen.

  4. Monteer de lamp

    Sluit vervolgens beide draden die uit de lamp komen ook aan op het kroonsteentje. Zorg er hierbij voor dat de zwarte draad van de lamp tegenover de zwarte draad uit het plafond komt te zitten. Voor blauw (of bruin) geldt hetzelfde. Duw de draden goed aan en draai de schroefjes stevig vast. Als je een aardedraad hebt, dan monteer je die op de lamp zelf. Meestal zit de aansluiting hiervoor op het afdekkapje. Je kunt deze aansluiting herkennen aan een afbeelding met een soort pijl die naar beneden wijst. De punt van de pijl bestaat uit streepjes.

  5. Controleer de lamp

    Als de lamp met de draden in het kroonsteentje verbonden is, is hij opgehangen. Voor je de kap op zijn plek schuift, is het handig om even te testen of hij ook werkt. Schakel hiervoor de groep van de lamp (of alle groepen) weer in. Controleer ook even of het schakelen goed gaat. Als de lamp werkt, schakel je de groepen weer uit. Werkt de lamp niet? Schakel dan ook de groepen weer uit en doe de draden opnieuw in het kroonsteentje. Het kan zijn dat ze niet voldoende contact maken.

  6. Schuif de kap tegen het plafond

    Als de lamp werkt, kun je de kap tegen het plafond schuiven. In de meeste gevallen zit onderaan de kap (aan de kant van de lamp) een klein schroefje. Draai dat een beetje los, zodat je de kap makkelijker over het snoer kunt schuiven. Zorg ervoor dat het kroonsteentje en alle draden - inclusief de eventueel niet-gebruikte aardedraad - onder de kap terechtkomen. Duw de kap strak tegen het plafond aan en draai het schroefje dan weer aan. Je lamp hangt!

Do's

  • Schakel altijd de stroom uit voor je begint met werken
  • Wil je een zware lamp ophangen? Kijk dan of er ook een trekontlaster bij zit. Dat is een wit plastic dingetje met twee rondjes. Die kun je aan het haakje van de centraaldoos of aan een eigen geplaatst haakje hangen, zodat er wat minder druk op het kroonsteentje zit en de kans op losschieten kleiner is

Don'ts

  • Begin hier niet 's avonds mee; dan wordt het (zonder kunstlicht) te donker om nog te zien wat je doet
  • Laat draden niet bloot liggen

Bron

Eigen ervaring

Meer uitleg