Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Natuur & milieu » Dieren » Paarden » Hoe maak ik veilig een buitenrit met mijn paard

Hoe maak ik veilig een buitenrit met mijn paard

Document acties
  • Tijdshoeveelheid 1 dag
  • Moeilijkheidsgraad: goed te doen
Hoe maak ik veilig een buitenrit met mijn paard
Lekker door de bossen draven of in volle galop over het strand. De reeën in het bos lopen niet voor je weg. Je komt op plekken waar je zelfs als wandelaar niet snel loopt. Voor veel ruiters is een buitenrit het toppunt van paardenplezier. Met een beetje voorbereiding voor jou en je paard kun je zo op pad.

Hoedoe door: Bastienne Wentzel

Bekijk het profiel van Bastienne Wentzel
Aantal Hoedoes: 59


Benodigdheden

  • paard
  • goed harnachement
  • veiligheidshelm
  • ruiterbewijs
  • routekaart

Stappen

  1. Ga wandelen

    Je paard, pony of veulen luistert goed naar je als hij naast je loopt aan een halster of hoofdstel. Hij staat stil als jij stil staat. Dan ben je klaar om eens te gaan kijken wat hij van de buitenwereld vindt. Het beste is om een paard van jongs af aan al mee te nemen van zijn bekende terrein af. Zo went hij snel aan nieuwe situaties. Stel hem bloot aan zoveel mogelijk verschillende dingen, van druk verkeer en landbouwmachines tot smalle gangetjes, tunnels en viaducten, lawaai, veel mensen, noem maar op. Je kunt er in de bak al mee beginnen door eens een zeil of paraplu neer te leggen, ballonnen op te hangen, een tractor of brommer neer te zetten.

    Neem voor de wandeling een lang touw, maar niet zo lang dat je erover kunt struikelen. Draag liefst handschoenen, zeker bij een groter paard. Mocht hij onverhoopt het halstertouw door je handen trekken dan staan de blaren op je handen. Zorg dat jij altijd tussen een potentieel gevaarlijk of eng object en je paard in staat. Als hij schrikt springt hij altijd van het object af en daarmee bovenop jou als je aan de verkeerde kant staat. Laat hem overal naar kijken, inspecteren, snuffelen en moedig hem aan dichterbij te gaan, maar dwing hem niet. Trek nooit aan het touw. Reageer zelf niet op objecten tot je ziet dat je paard dat doet. Anders leert hij dat iets eng kan zijn op het moment dat jij heel hard ´rustig maar, braaf´ begint te roepen.

    Herhaal deze wandelingen zo vaak mogelijk.

  2. Haal je ruiterbewijs

    Net zoals je met een brommer of auto niet gaat rijden zonder rijbewijs, kun je met een paard beter niet de weg op gaan zonder ruiterbewijs Het is het bewijs dat je goed met je paard om kunt gaan en kunt rijden en dat je de gedrags- en verkeersregels weet. De meeste terreineigenaren stellen het ruiterbewijs zelfs verplicht als je van hun ruiterpaden gebruikt wilt maken.

    Voor het examen moet je een theorie- en een praktijkgedeelte afleggen. Tijdens het praktijkgedeelte laat je zien dat je kunt rijden in alle gangen, zonder en met beugels, goed kunt op- en afstijgen, een klein sprongetje maken en een smalle doorgang kunt rijden. Daarna volgt een rit op de openbare weg waarin je laat zien dat je de verkeersregels kent en toepast, net als tijdens een autorijbewijs.

    Voorbereiden op het ruiterbewijs doe je via een cursus bij een erkende manege of door de theorieboeken te bestellen via de SRR (Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter). Er is ook een koetsiersbewijs voor menners.

  3. Draag veilige kleding

    Je draagt natuurlijk altijd een veiligheidshelm als je rijdt. Tijdens een buitenrit heeft die nog een extra functie: takken willen nog wel eens laag hangen. Als je niet diep genoeg bukt vangt je cap de klap in ieder geval nog op. Een bodyprotector is een aanrader. Het risico dat je in het bos op iets hards valt is natuurlijk nog groter dan in de bak. Draag verder handschoenen en zorg voor teugels die niet door je vingers glijden als ze nat worden, of het nou van een zwetende paardenhals is of van de regen. Zorg voor bescherming van de paardenbenen en hoeven als dat nodig is. Hang eventueel een adreskaartje aan je zadel of hoofdstel voor het geval je eraf bent gevallen en iemand je paard vindt.

  4. Controleer je harnachement

    Zijn je singelstoten niet versleten? Je beugelriemen? Zitten je teugels goed vast en kunnen ze niet breken? Ligt het zadeldekje glad en zonder vouwen? Heb je goed aangesingeld? Neem eventueel een reserve-beugelriem en teugels mee of reparatiemateriaal zoals tie-wraps. Zijn de hoeven van je paard in orde, zitten de ijzers vast en zitten er geen scheuren in de hoeven?

  5. Neem nuttige zaken mee

    In een klein heuptasje kun je je telefoon, wat geld, een routekaart, hoevekrabber, zakmes, ruiterbewijs en eventueel een gps kwijt. Stop je telefoon nooit in de zadeltassen van je paard. Als je eraf valt rent je telefoon met je paard ervandoor... Ga je langere ritten maken dan kunnen zadeltassen wel nuttig zijn voor het meenemen van drinken, eten, een (regen)jas, halster en touw en deken voor je paard. Zou het donker kunnen worden, neem dan ook verlichting mee, bijvoorbeeld een helmlamp of ruiterverlichting. Denk ook aan eten en drinken voor je paard, bijvoorbeeld een vitaminekoek en af en toe een plas water of een meertje.

  6. Plan je route

    De eerste buitenrit zal niet veel langer zijn dan je gewend bent in de bak te rijden. Een ongeoefende combinatie legt zo'n 7 km per uur af. Dat betekent flinke stukken stap en draf en af en toe een klein galopje. Zet dus een route uit die overeenkomt met jullie conditie. Houd rekening met drukke wegen, spoorwegovergangen, viaducten en water. Niet alle paarden lopen daar de eerste keer zomaar overheen. Verzin alternatieven zodat je altijd veilig thuis kunt komen. Stap af als je niet zeker bent van je zaak (steek je beugels op als je je paard aan de hand meevoert!).

    Voor veel gebieden moet je tegenwoordig een vergunning kopen. Zoek van te voren uit wat de regels ter plaatse zijn.

  7. Neem gezelschap mee

    Behalve veel gezelliger is het veiliger om de eerste keer niet alleen te gaan. Neem een ervaren combinatie mee. Het mooist is als de paarden elkaar al kennen. Jouw paard heeft dan steun aan z'n maatje. Let tijdens de rit wel op dat jullie niet alleen zitten te kletsen maar blijf actief paardrijden. Zo voorkom je dat je verrast wordt door een plotselinge schrikactie van je paard.

    Ga je in een groep, dan hoor je je aan wat regels te houden. Spreek af wie voorop rijdt en passeer die combinatie nooit. Deze ruiter bepaalt het tempo en geeft de commando's. Houd afstand. Heeft je paard de neiging te slaan naar anderen, meld dat dan vooraf aan iedereen. Verander niet van gang zonder te waarschuwen en spring nooit ergens overheen zonder dat de anderen dat weten.

Do's

  • Veel oefenen met je paard in onbekende situaties

Don'ts

  • Met een jong paard voor het eerst alleen buiten gaan rijden
  • Buiten gaan rijden als je zelf onzeker bent

Bron

Meer uitleg