Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Werk & carrière » Communicatie » Hoe vergroot ik mijn woordenschat

Hoe vergroot ik mijn woordenschat

Document acties
  • Tijdshoeveelheid 365 dagen
  • Moeilijkheidsgraad: uitdagend
Mensen blijken een enorm geheugen te hebben als het om woorden gaat. In de eerste twintig jaar van hun leven leren Nederlandstaligen (die de middelbare school hebben gevolgd) ongeveer veertig- tot zestigduizend woorden. Dat betekent dat ze in die eerste twintig jaar gemiddeld per dag tien nieuwe woorden geleerd hebben. In de Dikke van Dale staan zo'n 240.000 woorden. Als je alle Nederlandse woorden telt, zijn het er naar schatting zelfs een miljoen. Die woorden heb je lang niet allemaal nodig. De meeste volwassenen gebruiken maar zo'n tienduizend woorden. Een bloemrijke schrijver als Shakespeare heeft naar verluid in zijn hele werk niet meer dan vijftienduizend verschillende woorden gebruikt. Toch is het handig om veel woorden te kennen. Je kunt dan mensen die anders spreken of schrijven dan jij goed begrijpen. Bovendien kun je zelf meer synoniemen gebruiken en je daarmee nauwkeuriger en gevarieerder uitdrukken.

Hoedoe door: Bastienne Wentzel

Bekijk het profiel van Bastienne Wentzel
Aantal Hoedoes: 60


Benodigdheden

  • Boek, krant, tijdschrift
  • Puzzelboek
  • Pen en opschrijfboekje
  • Computer met internet
  • Spelletjes zoals scrabble

Stappen

  1. Lees!

    Hoe meer je leest, hoe meer woorden je tegenkomt. Door herhaling onthoud je de bekende woorden beter. Doordat ze in een context staan, kun je de betekenis van nieuwe woorden beter afleiden en onthouden. Je hoeft niet direct ingewikkelde teksten te lezen, zoals wetenschappelijke tijdschriften. Die zijn vaak zelfs vrij beperkt in hun woordgebruik. Lees diverse bronnen zodat je allerlei soorten taal oppikt. Kranten en weekbladen zijn nuttig, maar ook romans, literatuur of (vak)bladen over een onderwerp wat je interesseert. Je leert het meest van een tekst die je met plezier leest.

  2. Maak je eigen woordenlijst

    Schrijf alle woorden die je tegenkomt en nog niet goed kent op in een boekje. Maak er eventueel een notitie bij van de betekenis of schrijf de zin op waarin je het woord tegenkwam. Blader regelmatig in je persoonlijke woordenboek.

  3. Blader in een woordenboek

    Je zit vast wel eens lekker op de bank of buiten in de zon niks te doen. Pak dan eens een woordenboek en blader er gewoon in. Je komt vanzelf gekke woorden tegen, woorden die je opvallen omdat ze leuk klinken, een grappige lettercombinatie hebben of een mooie omschrijving. Die woorden onthoud je het makkelijkst. Je kunt ze ook in je eigen woordenlijst opschrijven.

  4. Speel een spelletje

    Scrabble is een bekend spel met woorden. Spreek af dat je een woordenboek of andere tekst erbij mag gebruiken. Zo kom je veel nieuwe woorden tegen. Spreek wel een tijd af per beurt, gebruik een zandloper bijvoorbeeld, anders kon het wel eens heel laat worden. Een moderne variant is Wordfeud, dat je op je smartphone kunt spelen.

    Speel ook eens  mee met Lingo of Tien voor Taal op tv. Zoek alle woorden die je niet kent meteen op. Ook op internet kun je spelletjes vinden waarmee je spelenderwijs je woordenschat vergroot, bijvoorbeeld via Mijnwoordenboek.nl, op Spelletjesplein of Neurocampus. Zoek op woordspelletjes voor veel meer mogelijkheden.

  5. Maak puzzels

    In kruiswoordpuzzels, woordzoekers of cryptogrammen komen heel veel relatief onbekende woorden voor. Bovendien word je gedwongen over de betekenis van deze woorden na te denken om de puzzel op te lossen. Zoek alle woorden uit de puzzel waarvan je de betekenis niet kent op en schrijf ze in je eigen woordenlijst.

  6. Leer voor- en achtervoegsels

    Veel woorden zijn samengesteld uit meerdere delen. Die delen, voor- en achtervoegsels zoals anti- (tegen), dys- (slecht) of -grafie (beschrijving) betekenen altijd min of meer hetzelfde. Als je de betekenis van een deel van het woord weet, kun je de rest vaak afleiden. Een voorbeeld is topografie, dat betekent letterlijk: plaatsbeschrijving.

  7. Maak een woordenweb

    Teken of schrijf een woord, begrip of onderwerp midden op een vel papier. Schrijf alle woorden die je kunt bedenken die met het begrip te maken hebben eromheen en verbind ze met een lijntje met het centrale begrip. Probeer de nieuwe woorden te ordenen naar onderwerp. Bedenk weer nieuwe woorden over deze onderwerpen en zo verder. Zo leer je associatief woorden bedenken en orden je je kennis van begrippen. Hier staat een voorbeeld. Als je de oefening met een groep doet kun je van elkaar leren. Een woordenweb lijkt erg op Mindmapping .

  8. Gebruik de nieuwe woorden

    Nieuwe woorden heb je pas echt geleerd als je ze ook kunt gebruiken. Niet elke regel tekst hoeft een eloquente volzin te zijn maar probeer je nieuw verworven kennis wel regelmatig toe te passen. Schrijf bijvoorbeeld een verhaal met een willekeurig aantal van de nieuwe woorden die je geleerd hebt. Of bedenk een thema en schrijf zoveel mogelijk woorden op die hiermee te maken hebben. Probeer vervolgens met al deze woorden goede zinnen te maken. Moet je een tekst schrijven voor je opleiding of werk, maak dan eerst een lijst begrippen die erin voorkomen. Schrijf achter elk begrip zoveel mogelijk woorden die ermee te maken hebben. Deze lijst kun je later gebruiken in je tekst. Oefening baart kunst!

Do's

  • Lees! Dat is de belangrijkste manier om je woordenschat te vergroten.
  • Vraag de betekenis als iemand een woord gebruikt dat je niet kent

Don'ts

  • Denken dat het opschepperig is om moeilijke woorden te gebruiken. Zolang je goed weet wat ze betekenen, vrolijkt het juist je taalgebruik op