Persoonlijke hulpmiddelen
Home » Sport & spel » Kaartspellen » Hoe speel ik het kaartspel toepen

Hoe speel ik het kaartspel toepen

Document acties
  • Tijdshoeveelheid 1 uur
  • Moeilijkheidsgraad: goed te doen
Het kaartspel toepen heeft heel veel (grappige) namen. Het staat onder andere ook bekend als droeven, proeven en snoepen. Bij toepen draait het allemaal om de laatste slag. Wie bij de laatste slag de hoogste kaart opgooit wint. Dat betekent dus dat er bij toepen, ondanks misschien de wat knullige naam, heel wat van je hersens wordt gevraagd. Hoedoe deed al wat denkwerk voor je.

Hoedoe door: Noortje van Dorp

Bekijk het profiel van Noortje van Dorp
Aantal Hoedoes: 125


Benodigdheden

  • Dek kaarten
  • Tafel
  • Vier spelers

Stappen

  1. Schud en deel de kaarten

    Toepen speel je met 32 kaarten, de zogenaamde piketkaarten. Dit zijn de aas, heer, vrouw en boer en de kaarten tien tot en met zeven. De rest van de kaarten haal je uit het spel.
    De deler schudt vervolgens goed de kaarten. Hij geeft, met de klok mee, iedere speler twee kaarten en daarna (in een volgende deelronde) nog eens twee. Elke speler heeft uiteindelijk dus vier kaarten.

    De deler moet ook de puntenscore bijhouden. Vind je het vervelend om telkens te moeten wisselen, dan kan je er natuurlijk ook voor kiezen om dit gedurende het spel door één persoon te laten doen.

    De waarde van de kaarten bij toepen is ook iets anders dan bij andere kaartspellen. Van hoog naar laag is de volgorde: tien - negen - acht - zeven - aas - heer - vrouw - boer.

  2. Spreek de inzet af

    Bij toepen kun je overal om spelen. Ook om geld. Meestal gaat het om punten, beter gezegd: strafpunten. Wie als eerst 10 punten heeft, heeft verloren. De winnaar van een ronde krijgt geen punten, deze gaan juist naar de verliezers. Het aantal punten is gerelateerd aan de keren dat er is geklopt (zie stap 4).

  3. Snap het basisspel

    Zoals je al eerder hebt kunnen lezen, gaat het om het winnen van de vierde (laatste) slag in een ronde. En dus niet of je de eerste drie slagen wint of verliest. De laatste kaart die je in je hand hebt, moet dus de winnende kaart zijn.

    De speler naast de deler begint. Hij gooit de eerste kaart op en bepaalt daarmee dus de kleur. De andere spelers moeten ‘kleur bekennen’. Gooi jij harten op, dan moeten de anderen ook harten spelen. Kun je geen kleur bekennen, dan mag je een andere kaart opgooien. Degene met de hoogste kaart van de uitgekomen kleur, wint de slag. De gespeelde kaarten blijven gedurende een ronde open op tafel liggen, zodat iedereen kan zien wat er gespeeld is.

    De speler die de laatste slag wint, krijgt geen punten. De verliezers wel (zie stap 4).

    De winnaar van de ronde is de deler van de volgende ronde. De speler links van de deler mag als eerste uitkomen en bepaalt de kleur.

  4. Toep

    Misschien denk jij bij het zien van je kaarten dat je de laatste slag kunt winnen. Dan hoef je niet tot de laatste slag te wachten, maar kan je toepen. Roep hard ‘toep’ of klop op de tafel (spreek van te voren af wat het signaal is). Je medespelers kunnen ervoor kiezen om mee te gaan of te passen. Met de klok mee laat elke speler eerst weten wat hij/zij doet. Degene die past krijgt één (straf)punt. Degene die meegaat en kijkt, maar niet de laatste slag kan winnen krijgt twee (straf)punten. De speler die toept kan ook de ronde verliezen als blijkt dat hij/zij niet de slag kan winnen. Hij/zij krijgt dan ook twee punten.

    Het kan natuurlijk ook voorkomen dat er tijdens een ronde niet wordt getoept. De winnaar van de ronde krijgt dan geen punten, de verliezers allemaal één.

  5. En overtoep wanneer mogelijk

    Ben jij helemaal zeker van je overwinning, maar ben je niet degene die toept dan kun je er altijd nog voor kiezen om te overtoepen. Dit doe je door ‘toep’ te roepen of op de tafel te kloppen (afhankelijk van wat is afgesproken). Elke keer dat je overtoept, wordt de inzet met één punt verhoogd. Dit kan doorgaan tot een zelf bepaald maximum. De verliezende punten gaan per 'toepronde' telkens met één omhoog. In de tweede toep krijgen de spelers die passen bijvoorbeeld twee punten, de spelers die meegaan en verliezen drie punten etc.

    ! Je kunt jezelf niet overtoepen. Ben jij degene die heeft getoept, dan moet je wachten totdat een andere speler tussendoor toept en jij mee wilt gaan. 

  6. Pas één van de spelvarianten toe

    Voor het toepen zijn er nog talloze spelvarianten die je kunt invoeren. Zo kun je blind toepen (toepen zonder dat iemand nog de kaarten heeft gezien), van je slechte kaarten afkomen met de ‘vuile en witte was’ en verplicht worden te fluiten als je drie tienen of drie boeren in handen hebt. En dit is nog maar een kleine greep!

Do's

  • Je beste kaarten tot het eind bewaren. Het gaat erom wie de laatste (4e) slag wint.

Don'ts

  • Vals spelen door stiekem de kaarten van je medespelers te bekijken of tactisch te schudden. Toepen is het spel. Laat het lot (en het spel) bepalen wie de winnaar wordt.

Bron

Hoedoeners in de spotlight
Bastienne Wentzel
Lid sinds: 9 juni 2008
Aantal Hoedoes: 59
Irene Herbers
Lid sinds: 7 mei 2008
Aantal Hoedoes: 54
Irene de Vette
Lid sinds: 19 juni 2008
Aantal Hoedoes: 78
Wil je ook schrijven voor Hoedoe?
Meld je aan!